De geloofsuitdaging van Abraham en Sarai duurde langer dan zij hadden verwacht..

Na het “snijden” van het verbond (Genesis 15) en het ontvangen van de belofte (Genesis 17) blijft Sarai toch onvruchtbaar en gaan Abraham en Sarai zelf invulling geven in de uitwerking van die belofte.

We zien hier de dreiging en de test voor alle gelovigen die staan onder een belofte van God. Wat doet men als de belofte niet direct wordt ingelost terwijl de tijdsklok gewoon doortikt. Abraham en Sarai geraakten op leeftijd en de natuurwetten gaven aan dat de tijd van kinderen krijgen allang verstreken was.

Dan zien we hoe Sarai teruggrijpt op een overblijfsel uit Egypte; het beeld van de wereld. Het is Hagar de Egyptische slavin die waarschijnlijk als gift was meegegeven door Farao ten tijde van de hongersnood (Gen.12:10-20). We maken hier kennis met een belangrijke les uit het leven van Abraham. De aanwezigheid van Hagar  lijkt goed uit te komen als men begint te twijfelen aan de belofte van God. Hoe vaak zien we dit niet plaatsvinden in de levens van gelovigen. Als omstandigheden tegenzitten grijpen velen terug op datgene wat zij nog als overblijfsel uit de wereld in huis of in hun leven hebben bewaard.

In Genesis 16:1-3 maken we kennis met een viertal redeneringen die de deur openen naar de inmenging van de Egyptische. Hoe mooi ze ook lijken, ze staan haaks op de belofte van God.

1. De “culturele redenering” die aangeeft dat er een andere weg is om kinderen te baren dan doormiddel van de eigen echtgenote: “en zij had een Egyptische slavin, wier naam was Hagar”.

In de toenmalige cultuur was het vrij gebruikelijk voor een onvruchtbare vrouw haar slavin in te zetten als “baar moeder”. Het kind wat dan geboren werd uit de slavin werd volkomen geaccepteerd als volwaardig kind van de desbetreffende eigenaren van de slavin. In onze tijd – kijkend naar wereldse gewoonten – zou men zeggen “iedereen doet het toch”……

2. De “goede bron redenering”. Hier krijgt Abraham uit de mond van zijn eigen vrouw te horen dat hij tot Hagar kan komen: “En Sarai zeide tot Abraham ga toch tot mijn slavin”.

Sommige  Christen ouders geven hun kinderen alle ruimte om zich te bewegen in de wereld waar de vijand vrij spel heeft. Kinderen hebben niet het vermogen om alles geestelijk te onderscheiden en ervaren de toestemming van hun ouders als “goede bron redenering”. Helaas komen ze hierdoor onder de geest van de wereld die het licht op het evangelie van Jezus bedekt. Interesse om mee te gaan naar de samenkomst, jeugdgroep of bidstond nemen af en voor men het weet zijn kinderen gebonden in het net van de boze. De hoofdoorzaak van dit alles zit in het geven van toestemming om te komen op het gebied waar de vijand vrij spel heeft. De “goede bron” bleek een opening te geven met verstrekkende gevolgen net als in de dagen van Abraham.  

3. De “religieuze redenering” die doet zeggen: “Zie toch, de Here heeft mij niet vergund te baren; ga toch tot mijn slavin”.

Te vaak wordt de naam van de Heer gebruikt om dubieuze besluiten goed te praten. Hiermee probeert men God voor zijn of haar karretje te spannen terwijl men in diepste zin weet dat vrome redenaties die afwijken van het woord van God niets met de Here te maken hebben.

4. De “tijd redenering” die kijkend naar de natuurlijke omstandigheden denkt dat God zo wel zal werken: “En Sarai, de vrouw van Abraham, nam Hagar, de Egyptische, haar slavin, nadat Abraham tien jaar in het land Kanaän gewoond had, en gaf haar aan haar man Abraham tot vrouw”.

Op basis van de tijdsdruk worden vaak verkeerde besluiten genomen. Velen zijn ooit het zendingveld opgegaan zonder te wachten op de goedkeuring en zegen van hun leiders. “God heeft haast” zeggen ze en daarbij laten ze alle bijbelse principes overboord vallen omwille van hun zogenaamde tijdsredenering. Na jaren zien we vaak dat de volle zegen uitblijft en er met moeite een kleine zegen rust op het constante zwoegen. Terwijl God zo graag de volle zegen wilde meegegeven hebben zij die in hun haast gemis! 

Al deze redeneringen van Abraham en Sarai ontsluiten misschien wel de grootste problemen die de wereld ooit zou kennen. Voor alle gelovigen geldt de waarschuwing dat een ieder die teruggrijpt op dingen uit de wereld, denkend daarmee God te behagen, in grote problemen komt.